woensdag 14 december 2016

De ouwe oma


Dit is mijn oma naar wie ik ben vernoemd. Ze is van 20 december 1871. 



Ze overleed op 18 april 1962, 90 jaar oud. De ‘ouwe oma’ zeiden we, ter onderscheid van de andere veel jongere oma.
Ze heeft nooit een badkamer in huis gehad of zelfs maar warm water uit de kraan en liep tot haar 90ste probleemloos de steile Amsterdamse trappen op naar haar woning op driehoog. Daar klaagde ze nooit over, maar ze bleef wel haar leven lang boos dat ze van haar vader geen ‘school maitresse’ had mogen worden maar als dienstbode aan het werk moest.
Ze las de Trouw en de Elisabethbode, was lid van de NCRV en stemde op de AR. In de vensterbank stond het VUbusje met Abraham Kuyper erop. In de huiskamer stond een orgel waar Ome Co met veel overtuiging liederen van Johannes de Heer op speelde.
Ze kon prachtig vertellen; griezelige verhalen; met veel fantasie aangevulde halve waarheden. Over wilde stormen op woeste zeeën die haar vader maar ternauwernood overleefd zou hebben; over de dokter die ze met een meterslang mes, op haar af zag komen toen ze ooit een blindedarm operatie moest ondergaan; over een rare professor waar ze werkte en die dol was op vissenogen. Alles in het
kleurrijke, platte Amsterdams van haar generatie.
 Ooit vulde ze een zinken teil met sneeuw, sleepte hem driehoog naar boven, zodat ik als kleine peuter met sneeuw kon spelen.
Ze sneed dikke sneden witbrood; het brood tegen haar boezem en boezelaar geklemd. Ze braaddde kaantjes; pelde kilos garnalen voor op brood en in de gehaktballen. Ze maakte knetterzure uien en augurken in grote weckflessen. Ze kocht ‘gazeuse’ voor ons, gaf ons ‘kassaussies’  en lollies en aardbeien met slagroom. Met Oud en Nieuw waren er slagroomsoesjes; een familietraditie die zelfs nu nog voortleeft.













Geen opmerkingen:

Een reactie posten